Startpagina

 

Ergens rond het einde van de zestiende eeuw moet de geschiedenis van onze Holtumse Wagemans-tak een wending hebben genomen. We kennen Joannes Wagemans, die in Holtum vader is van Martinus, gedoopt op 8 oktober 1619. Van een oudere Wagemans-generatie in Holtum hebben we vooralsnog geen spoor gevonden. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat die er niet was. Een deel van het vroege Holtumse kerkarchief is door een kerkbrand verloren gegaan. Juist daardoor moeten we voorzichtig zijn met conclusies uit het ontbreken van akten.

Toch blijft de vraag waar Joannes vandaan kwam bijzonder interessant. Hetzelfde geldt voor zijn vrouw Elisabeth, die in de doopakte van Martinus als Lijsken of Leissen Möoren wordt aangeduid. Op sommige online stambomen kom je als familienaam Möwen tegen, maar dat berust op een leesfout van het oude 17e-eeuwse handschrift van de Holtumse pastoor. Hun huwelijk moet vóór de doop van Martinus in 1619 hebben plaatsgevonden, vermoedelijk ergens rond 1617. De huwelijksinschrijving zelf hebben we tot nu toe niet gevonden. De doopakte van zoon Petrus, geboren rond 1625, juist in de jaren die door de kerkbrand ontbreken, is in de archieven niets terug te vinden. Omdat er in de hele periode tot aan 1640 geen enkele andere vermelding van een Wagemans in Holtum te vinden is, is het zeer waarschijnlijk dat ook hij een zoon van Joannes en Elisabeth is.

Het is verleidelijk om bij de naam Wagemans meteen aan een wagenmenner te denken. Dat is niet alleen een aardige familielegende. De Nederlandse Familienamenbank verklaart Wageman(s), Waghemans en verwante vormen inderdaad als een beroepsnaam voor een wagenmenner, voerman of vrachtrijder, met daarnaast de mogelijkheid van een wagenmaker. We hebben het dan wel over een beroepsnaam, niet over een familienaam die erfelijk geworden is. Opmerkelijk genoeg wordt al in 1286 een Heinric Wageman in Oudenbiezen vermeld. Hier moet dan al wel sprake geweest zijn van een familienaam.

Oudenbiezen ligt bij Bilzen, in het gebied ten zuidwesten van Maastricht en niet ver van de oude verbindingen richting Sint-Truiden. Daarmee raakt deze zeer oude vermelding aan een ander stukje van de familieoverlevering: het verhaal dat een verre voorouder in de veertiende eeuw als Wageman vrachtrijder voor de abdij van Sint-Truiden zou hebben gewerkt.

Voor die laatste bewering hebben we nog geen bewijs gevonden. De naamkundige bron bewijst alleen dat de naam Wageman al in 1286 in Oudenbiezen voorkomt en dat de beroepsbetekenis van de naam inderdaad met een wagenmenner of vrachtrijder verband kan houden. Een familierelatie tussen Heinric Wageman uit 1286 en onze Joannes Wagemans uit circa 1595 kunnen we absoluut nog niet aantonen. Er liggen bijna drie eeuwen tussen beide vermeldingen. Maar het is wel een opmerkelijke combinatie van naam, betekenis en geografische ligging.

Sint-Truiden was in de middeleeuwen bovendien geen onbelangrijk plaatsje. De stad kende in de dertiende en veertiende eeuw een belangrijke lakenindustrie en handel over langere afstand; de abdij van Sint-Trudo speelde daarbij een belangrijke rol. Het idee dat er vanuit Sint-Truiden behoefte was aan voerlieden en transport over de omliggende handelsroutes is daarom op zichzelf helemaal niet vreemd.

De vraag is dan welke route zo’n voerman genomen kan hebben.

Een directe lijn Sint-Truiden–Tongeren–Maastricht ligt voor de hand, maar voor de Wagemans-tak naar Holtum vind ik een andere mogelijkheid steeds interessanter: een route die vanuit het gebied van Sint-Truiden en Bilzen in noordoostelijke richting liep, via de Maasstreek bij Maaseik, Stevensweert en Maasbracht en Roermond, om vervolgens via Echt, Roosteren en Susteren in de omgeving van Holtum uit te komen. Vanuit Roermond is er dan weer een aftakking richting Nederweert en Weert en vanuit Bilzen richting de Kempen, Antwerpen en later richting Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland.

De route richting Holtum is voorlopig geen bewezen migratieroute. Maar het is ook geen willekeurig lijntje op een moderne kaart. In de zestiende en zeventiende eeuw vormden deze plaatsen een netwerk van juridische, bestuurlijke en economische verbindingen. Maasbracht en Roosteren waren bijvoorbeeld verbonden met de schepenbank van Echt. Stevensweert beschikte al over een eigen schepenbank waarvan het archief teruggaat tot 1502. Juist daar kunnen transportakten, erfdelingen, schuldbekentenissen en andere stukken soms informatie opleveren die in kerkregisters ontbreekt.

De Maas kan daarbij een belangrijkere rol hebben gespeeld dan we aanvankelijk dachten. Voor een vrachtrijder was een route niet alleen een kwestie van de kortste afstand. De ligging van plaatsen, markten, oversteekplaatsen, tolpunten en handelscentra bepaalde welke wegen aantrekkelijk waren. Een voerman kon bovendien een netwerk volgen waarin hij steeds dezelfde plaatsen, handelaren, kloosters en opdrachtgevers aandeed.

In dat licht is de route via Maaseik en vervolgens langs de Maas naar Roermond en verder noordwaarts bepaald niet onlogisch.

Er is zelfs een mooi voorbeeld uit 1593 dat laat zien hoe nauw deze regio’s met elkaar verbonden waren. In een akte betreffende grond in Maasbracht en Echt komen het Kartuizerklooster van Roermond en Christoffel Puytlinck, burgemeester van Maaseik, samen. Zulke documenten maken duidelijk dat Maaseik, Roermond, Maasbracht en Echt in één economisch en juridisch netwerk konden voorkomen.

Voor onze familie is het voorlopig vooral een werkhypothese. We hebben nog geen akte waarin staat dat Joannes Wagemans uit Maaseik kwam, en evenmin een bewijs dat Elisabeth Mooren daar vandaan kwam. Ook een verblijf in Stevensweert, Maasbracht, Echt of Roosteren is nog niet aangetoond.

Toch begint het ontbreken van bewijs in Holtum betekenis te krijgen. Niet omdat we daaruit kunnen concluderen dat Joannes er niet vandaan kwam, daarvoor is het archiefverlies te groot, maar omdat er tegelijkertijd een zeer vroege Wageman-vermelding bestaat in Oudenbiezen en omdat de naam Wageman juist als beroepsnaam voor een voerman of vrachtrijder wordt verklaard.

Misschien moeten we de familiegeschiedenis daarom niet zoeken langs één rechte genealogische lijn, maar langs een oude verkeersroute.

Een Wageman uit de omgeving van Sint-Truiden of Bilzen, actief in het vervoer, zou via de Maasstreek naar het noorden kunnen zijn getrokken. Generaties later kan een afstammeling uiteindelijk in Holtum zijn beland. Dat zou mooi aansluiten bij de familieoverlevering, maar het blijft voorlopig een verhaal dat nog door documenten moet worden bevestigd.

De herkomst van Elisabeth (Lijsken) Mooren is voorlopig nog minder duidelijk dan die van de Wagemans-kant. Toch zijn er aanwijzingen dat ook hier naar de bredere Maas- en Limburgse regio moet worden gekeken. De naam komt in verschillende vormen voor, zoals Mooren, Moeren, Moren en Meuren, waardoor een eenvoudige zoektocht op alleen de spelling Mooren gemakkelijk sporen mist.

Een interessante richting is Nederweert en omgeving. Daar is de naam Mooren al in de late zestiende en vroege zeventiende eeuw aantoonbaar aanwezig. Er zijn verschillende Moorens uit die periode bekend, onder wie Jan Mooren de Oude en Geerlingh Mooren. Dat maakt Nederweert voorlopig een van de plaatsen waar verder onderzoek naar Elisabeths familie het meest kansrijk lijkt.

Daar staat tegenover dat we Elisabeth zelf nog niet aan deze Nederweertse familie kunnen verbinden. De afstand tussen een Mooren uit Nederweert en Elisabeth, die vóór 1619 met Joannes Wagemans in Holtum trouwde, moet nog met tussenliggende bronnen worden overbrugd.

Ook hier kan de Maasroute een rol hebben gespeeld. Nederweert lag niet rechtstreeks aan de Maas, maar stond via Weert en de omliggende handels- en verkeerswegen in verbinding met de Maaslandse plaatsen. Als de Wagemans-tak inderdaad vanuit het zuiden of via de Maas naar Holtum kwam, is het denkbaar dat beide familielijnen elkaar pas in de omgeving van Holtum ontmoetten.

Voorlopig is er daarom geen reden om Elisabeth zonder meer als een Nederweertse Mooren te beschouwen. Wel is het opvallend dat juist daar een oude Mooren-groep aanwezig was in de periode waarin haar ouders geboren moeten zijn.

De Mooren-kant verdient daarom een afzonderlijk onderzoek, waarbij niet alleen naar Elisabeth zelf wordt gezocht, maar vooral naar mogelijke Mooren-families in Nederweert, Weert, Roermond en de Maasstreek.

Voorlopig staat er één datum stevig in de grond: 8 oktober 1619, de doop van Martinus Wagemans in Holtum. Daarachter ligt een onbekend huwelijk, vermoedelijk rond 1617. En daarachter ligt de nog grotere vraag waar Joannes Wagemans en Elisabeth Mooren vandaan kwamen.

Misschien ligt het antwoord dus niet in Holtum zelf, maar ergens stroomopwaarts.

Van Sint-Truiden naar de Maas, van Maaseik naar Roermond, en vandaar langs de Maas naar Holtum: het is op dit moment geen bewezen stamboom, maar wel een migratieroute die steeds meer historische logica begint te krijgen.

 

Gebruik van de gegevens op deze website
Het wordt aanbevolen overgenomen persoonsgegevens te controleren aan de hand van de originele akten van de burgerlijke stand. De auteur kan fouten hebben gemaakt en ook is gebruik gemaakt van “secundaire bronnen” die fouten kunnen bevatten!
Fout gevonden/ opmerking
De vermelde gezinnen hoeven niet altijd compleet te zijn. Heeft u een onjuiste informatie gevonden of mist u iemand, neem dan contact op via deze website.
Privacy
Als gevolg van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn van de nog levende personen alleen de voor- en achternamen opgenomen, tenzij de desbetreffende persoon nadrukkelijk toestemming heeft gegeven voor een volledige publicatie.